Zodra de man die op de bomen neergestreken,
behaard en met het kwaad Visage.
Dan heb je ze gelokt uit de jungle
en de wereld geplaveid en de toegenomen,
totdat de dertigste verdieping.

Daar zaten ze, vlooien gevlucht,
in centraal verwarmde kamers.
Als ze zitten aan de telefoon.
En er is nog precies hetzelfde geluid
zoals op de bomen.

Je hoort nu toe. Kijk weg.
Zij zijn het universum in contact.
Je je tanden poetsen. adem modern.
De aarde is een goed opgeleide waardering
met veel water spoelen.

Je schiet de correspondentie via een buis.
Ze jagen en broeden microben.
Je versehn natuur met alle gemakken.
Vlieg steil in de lucht
en verblijf voor twee weken up.

Wat laat iets van hun spijsvertering,
ze verwerkt tot katoen.
Ze splitsen atomen. Ze genezen incest.
En ze mee op soort onderzoeken,
dat Caesar had platvoeten.

Ze hebben het hoofd en de mond
creëerde de menselijke vooruitgang.
Maar het uit elkaar en
bezien in het licht dat ze zijn in de grond
meer altijd de oude aap.

Erich Kästner, 1899 – 1974, Duitse schrijver, journalist, Scenarioschrijver